In tijden van recessie kiest India voor rust
De Indiase kiezers hebben gesproken: de regerende Congrespartij heeft de parlementsverkiezingen gewonnen met 260 van de beschikbare 543 zetels. Voor West-Europa zou dit een lesje in nederigheid moeten zijn. Zo hebben Indiase kiesgerechtigden ondanks de economische crisis geen boodschap aan volksmenners. In Nederland daarentegen bestaat de neiging om in onzekere tijden achter politieke rattenvangers à la Wilders aan te lopen. Verder is het een prestatie van formaat om in een land vol geografische en sociale tegenstellingen democratische verkiezingen te organiseren. Wonderbaarlijk dat een land met bijna 1 miljard inwoners een vrije stembusgang weet te garanderen voor zowel de rijke brahmaan als de arme dalit. Nederland garandeert voor het eerst sinds lange tijd eerlijke verkiezingen: het stempotlood wordt in ere hersteld en de stemcomputer wordt afgeserveerd.
Toch is niet alles Bollywood-goud wat er blinkt. Weliswaar voorspelt het IMF voor 2009 zo’n 4,5 procent economische groei, maar dat valt tegen na een decennium van meer dan 10 procent jaarlijkse groei. Ook heeft India een begrotingstekort van 10 procent van het bruto binnenlands product. Kortom: premier Manmohar Singh heeft nog heel wat huiswerk te doen. Al is er een lichtpunt: extremistische scherpslijpers maken hoogstwaarschijnlijk geen deel uit van de regering; de gematigd-hindoeïstische partij BJP wordt het meest genoemd als coalitiegenoot.
Voor de allerarmsten verandert er weinig tot niets. De dalits oftewel ‘onaanraakbaren’ vormen de laagste groep in het Indiase klassen-/kastenstelsel. Hun voorvrouw Mayawati sprong luidruchtig voor hen op de bres; de BSP haalde slechts 21 zetels. Dat is te weinig om het verschil te maken. De BSP is symptoom van de Indiase groeistuipen. De laagste maatschappelijke klasse ziet de wolkenkrabbers tot in de hemel reiken en wil zich opwerken naar de middenklasse. Maar spijtig genoeg is leidsvrouw Mayawati niet de aangewezen persoon om dat te doen. Zo voert ze een schimmige financiële huishouding, met een zweem van corruptie. Beschamend voor iemand die zich inzet voor uitwerpselen-ophalers (!) en bedelaars. Zo blijft de invloed van dat lompen-electoraat kleiner dan ze – op grond van aantal – zou moeten zijn.
Hier ligt een taak voor het Indiase parlement: het mag de BSP-doelgroep niet uit het oog verliezen. Hun sprong naar de middenklasse verdient alle steun: niet alleen uit menswaardig oogpunt, maar ook vanuit economisch oogpunt. Een florerende middenklasse consumeert en onderneemt namelijk, zodat de welvaart toeneemt. Bij de vórming van zo’n stabiele middenklasse past ook een krachtig ‘nee’ tegen kinderarbeid. Nu doet het parlement de Westerse kritiek op sweatshops vol kinderen nog af als Unicef-kwezelarij en neo-kolonialisme. Veel parlementariërs ontkennen botweg het bestaan van kinderarbeid óf ze noemen naai-ateliers onmisbaar voor een positieve handelsbalans. Dat is dom: de jongste generaties vormen de toekomst van India. Veel talent lijdt nu een anoniem bestaan binnen fabrieksmuren, maar zou op school tot wasdom kunnen komen. Want ondanks alle mooie groeicijfers is India op dat vlak nog écht een ontwikkelingsland.
Owen van Oers



Het kostte veel energie, maar nu is Noord-Brabant tóch 2,3 miljard euro rijker. Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Brabant – het provinciebestuur - heeft toch haar zin gekregen: de verkoop van Essent-aandelen aan het Duitse RWE gaat door. PvdA-, D66- en VVD-Statenleden die in het Statendebat op 24 april tegengestemd hadden, gingen overstag. Er waren nieuwe feiten aan het licht gekomen, waaruit bleek dat Essent de 30% aandelen van Noord-Brabant niet nodig had om tot verkoop aan RWE over te gaan.
U en ik wisten het al toen we aangifte deden, maar de VS is er – ondanks een uitgebreid inlichtingennetwerk – nu achtergekomen. Nederland is géén belastingparadijs, meldde Washington. Nee, vergelijkingen met Ierland en de Kaaiman-eilanden gaan niet op en echt, het gaat om een misverstand. Minister Bos (Financiën) en staatssecretaris De Jager vermoedden het al: Nederland kwam in de beklaagdenbank door het grote aantal Amerikaanse bedrijven in Nederland.
